Betekenis van:
delegeren
delegeren
Werkwoord
- afvaardigen; doorgeven
"een assistent delegeren"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
delegeren
Werkwoord
- vertegenwoordigen; afgevaardigd; overdragen
"werk delegeren aan [wethouders]"
"taken delegeren"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
delegeren
Werkwoord
- taken en verantwoordelijkheden doorgeven
Voorbeeldzinnen
- Leiderschap, samenwerking, synergie, besluitvorming, delegeren
- Leiderschap, samenwerking, synergie, besluitvorming, delegeren
- hij kan zijn taken en bevoegdheden delegeren.
- Zij mogen hun bevoegdheden niet delegeren.
- De directeur kan bepaalde taken delegeren aan geschikte, zorgvuldig gekozen derden.
- Bij bepaalde gelegenheden kan de voorzitter deze bevoegdheid delegeren aan een vicevoorzitter of aan een lid.
- De operationeel commandant van de Europese Unie is gerechtigd zijn gezag te delegeren.
- De secretaris-generaal kan zijn bevoegdheden binnen de door de voorzitter gestelde grenzen delegeren.
- Zoals hierboven reeds gezegd, kunnen de lidstaten de verantwoordelijkheid voor stadsontwikkeling aan de steden delegeren.
- De president kan zijn taken gedeeltelijk delegeren aan een of meer leden.
- De Conferentie van voorzitters stelt het exacte aantal per fractie te delegeren leden vast.
- De ordonnateur kan dit besluit slechts delegeren onder de in de uitvoeringsvoorschriften genoemde voorwaarden.
- De operationeel commandant van de EU heeft het recht zijn gezag te delegeren.
- De ordonnateur kan dit besluit slechts delegeren voor schuldvorderingen waarmee minder dan 5000 EUR is gemoeid.
- In bepaalde gevallen kan het bureau zijn beslissingsbevoegdheid delegeren aan de groep Begrotingszaken.