Betekenis van:
stipt

stipt
Bijvoeglijk naamwoord
  • precies op tijd komend
"Het is vreemd dat hij er niet is, want hij is altijd zo stipt."
stipt
Bijvoeglijk naamwoord
  • nauwgezet.
"Stipte naleving hiervan is vereist."
stipt
Bijvoeglijk naamwoord
  • zorgvuldig; nauwkeurig; stipt, nauwgezet; nauwkeurig; nauwgezet; punctueel; nauwgezet; nauwgezet; stipt; zorgvuldig
"stipte naleving/nakoming/betaling"
"[bevelen/voorschriften/regels/verplichtingen] stipt opvolgen/naleven/nakomen"

Synoniemen

Hyperoniemen

stipt
Bijvoeglijk naamwoord
  • op tijd; vroeg

Synoniemen

Hyperoniemen

stipt
Bijwoord
  • met grote precisie
"Deze aanwijzingen moeten stipt opgevolgd worden voor het beste resultaat."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik verwacht dat je stipt bent.