Betekenis van:
trede

trede (de ~ | meervoud treden)
Zelfstandig naamwoord
  • elk v.d. delen waaruit een trap bestaat
"de onderste/bovenste trede van de (maatschappelijke) ladder"
"een smalle/brede/uitgesleten trede"

Hyperoniemen

trede (de ~ | meervoud treden)
Zelfstandig naamwoord
  • stap; het verzetten v.d. voet; pas; voetstap

Synoniemen

Hyperoniemen

trede (de ~ | meervoud treden)
Zelfstandig naamwoord
  • staaf of stang die gedeeltelijk onder een zwaar voorwerp wordt gebracht om, door kracht uit te oefenen op het andere eind, dit op te heffen

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

trede (de ~ | meervoud treden)
Zelfstandig naamwoord
  • plank die dient als opstap

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Eerste trede (mm)
  2. Trede of bevestiging zit los.
  3. Eerste trede vanaf de grond „D”
  4. Het stootbord van elke trede van een trap is gesloten.
  5. Toestand van trede of bevestiging zou gebruikers kunnen verwonden.
  6. II, III en B Eerste trede vanaf de grond D
  7. Bij een met de hand bediende trede waarschuwt een akoestisch signaal de bestuurder wanneer de trede niet volledig ingetrokken is.
  8. Indien de bedieningsinrichting van de trede defect is, moet de trede worden ingetrokken en in de ingetrokken stand blijven staan.
  9. bij een elektrisch bediende trede mag het voertuig niet op eigen kracht uit stilstand kunnen wegrijden wanneer de trede uitgeschoven is.
  10. De waarde voor E (bijlage 4, figuur 8) hoeft niet voor elke trede dezelfde te zijn.
  11. Deze zijn aangebracht tussen 800 en 1100 mm boven de trederand van iedere trede.
  12. De waarde voor E hoeft niet voor elke trede hetzelfde te zijn.
  13. De overgang van een verzonken gangpad naar een zitgedeelte wordt niet als trede beschouwd.
  14. een elektrisch bediende trede mag niet kunnen worden uitgeschoven wanneer het voertuig rijdt.
  15. Een overgang van een verzonken gangpad naar een zitgedeelte wordt niet als trede beschouwd.