Betekenis van:
want

want (de ~ | meervoud wanten)
Zelfstandig naamwoord
  • handschoen
"van wanten weten"

Hyperoniemen

want (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • gereedschap gebruikt bij het vissen; snoeren v.e. vishengel; visnetten
"want schieten"

Synoniemen

Hyperoniemen

want (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • scheepstouwen
"staand want"
"lopend want"

Synoniemen

Hyperoniemen

want
Zelfstandig naamwoord
  • /: handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten
want
Zelfstandig naamwoord
  • de lijnen of staalkabels die mast overeind houden (staand want), en het touwwerk om de zeilen te zetten (lopend want)
want
Voegwoord
  • geeft nevenschikkend een reden aan.
"Opm.: 'want' kan niet aan het begin van de zin geplaatst worden."

Werkwoord