Betekenis van:
zelfstandigheid

zelfstandigheid
Zelfstandig naamwoord
  • afgerond geheel; afdeling in een bedrijf

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. zelfstandigheid,
  2. Zelfstandigheid
  3. Zelfstandigheid: …
  4. Zelfstandigheid:
  5. Het Agentschap bezit financiële zelfstandigheid.
  6. behoud van de zelfstandigheid van BB;
  7. Herstructurering van Austrian Airlines met behoud van zelfstandigheid („stand-alone-oplossing”): ÖIAG financiert de herstructurering van Austrian Airlines zodat zij haar zelfstandigheid kan behouden („stand-alone-oplossing”).
  8. Door ÖIAG te dragen kosten van een herstructurering met behoud van de zelfstandigheid
  9. Ten derde voeren de Franse autoriteiten argumenten aan om de zelfstandigheid van de dochterondernemingen van IFP aan te tonen.
  10. Er is een grote verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aan verbonden en vaak wordt verlangd dat men toezicht uitoefent op of leiding geeft aan anderen;
  11. De Commissie beschikte evenmin over voldoende informatie om de optie betreffende het behoud van de zelfstandigheid op waarde te kunnen schatten.
  12. Er is een grote verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aan verbonden en vaak wordt verlangd dat men toezicht uitoefent op of leiding geeft aan anderen;
  13. De Italiaanse autoriteiten bevestigen dat de wetswijzigingen het resultaat waren van de beslissing van de Schatkist om PI meer financiële zelfstandigheid te geven.
  14. niveau 4: bekwaamheid om een groot aantal complexe, technische of gespecialiseerde werkzaamheden uit te voeren in zeer diverse omstandigheden en met een hoge mate van persoonlijke verantwoordelijkheid en zelfstandigheid.
  15. in de gezondheidszorg: verbetering van de ziektepreventie en gezondheidszorgvoorzieningen, vroegtijdige diagnose, behandeling en persoonlijke afstemming; zelfstandigheid, veiligheid, bewaking en mobiliteit van patiënten; een gezondheidsinformatieomgeving voor de ontdekking en het beheer van kennis;