Vertaling van Hoch-

Inhoud:

Duits
Nederlands
erhaben, hoch, Hoch- {bn.}
hoog 
verheven
groß, berühmt, hoch, stark, heftig {bn.}
groot 
hoch, hoch oben {bw.}
hoog 
ansehnlich, eminent, hervorragend, ausgezeichnet, bedeutend, hoch, erhaben {bn.}
aanzienlijk 
eminent
uitstekend 
voortreffelijk
vooraanstaand 
achten, hochschätzen, schätzen, hochachten, ästimieren, ehren {ww.}
hoogachten
achting hebben voor
achting toedragen
achten 

ich achte hoch
du achtest hoch
er/sie/es achtet hoch

ik acht hoog
jij acht hoog
hij/zij/het acht hoog
» meer vervoegingen van hoogachten



Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Hände hoch!

Handen omhoog!

Wie hoch ist dieser Turm?

Hoe hoog is die toren?

Sie blickte zu ihm hoch.

Ze keek naar hem op.

Spring so hoch du kannst.

Spring zo hoog als ge kunt.

Das ist mir zu hoch.

Daar kan ik met mijn verstand niet bij.

Wie hoch ist der Berg Fuji?

Hoe hoog is de Fujiberg?

Wie hoch ist Ihre monatliche Gasrechnung?

Hoeveel bedraagt je maandelijkse gasrekening?