Vertaling van geschickt
Inhoud:
Duits
Nederlands
geschickt {bn.}
bijdehand
schicken, senden, einsenden {ww.}
sturen
verzenden
opzenden
zenden
opsturen
doen toekomen
verzenden
opzenden
zenden
opsturen
doen toekomen
ich habe geschickt
du hast geschickt
er/sie/es hat geschickt
ik heb gestuurd
jij hebt gestuurd
hij/zij/het heeft gestuurd
» meer vervoegingen van sturen
Ich möchte dieses Päckchen gern nach Kanada schicken.
Ik wil graag dit pakketje naar Canada sturen.
ich habe geschickt
du hast geschickt
er/sie/es hat geschickt
ik heb gedelegeerd
jij hebt gedelegeerd
hij/zij/het heeft gedelegeerd
» meer vervoegingen van delegeren
abschicken, entsenden, fortschicken, wegschicken, verschicken, schicken {ww.}
ich habe geschickt
du hast geschickt
er/sie/es hat geschickt
ik heb verstuurd
jij hebt verstuurd
hij/zij/het heeft verstuurd
» meer vervoegingen van versturen
Können Sie es nach New York schicken?
Kan je het naar New York versturen?