Vertaling van legen

Inhoud:

Duits
Nederlands
legen, setzen, stecken, stellen {ww.}
stellen
plaatsen 
doen 
zetten 
stoppen 
steken
leggen 

wir legen
sie legen

wij stellen
zij stellen
» meer vervoegingen van stellen

Ich kann meine Handflächen auf den Boden setzen, ohne meine Knie zu beugen.
Ik kan mijn handpalmen op de vloer plaatsen zonder mijn knieën te buigen.
Kann ich ein paar Fragen stellen?
Mag ik een paar vragen stellen?
legen {ww.}
neerleggen 
vlijen
leggen 

wir legen
sie legen

wij leggen neer
zij leggen neer
» meer vervoegingen van neerleggen

legen, stecken, pflanzen, anpflanzen {ww.}
planten 
poten
aanplanten 

wir legen
sie legen

wij planten
zij planten
» meer vervoegingen van planten

Pflanzen wachsen schnell, wenn es geregnet hat.
Planten groeien snel na regen.
legen, stellen {ww.}
stationeren
plaatsen 
situeren
leggen 

wir legen
sie legen

wij stationeren
zij stationeren
» meer vervoegingen van stationeren



Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Darf ich es hierhin legen?

Mag ik het hier neerzetten?

Legen Sie alles in meinen Korb.

Leg alles in mijn korf.


Gerelateerd aan legen

setzen - stecken - stellen - pflanzen - anpflanzen