Vertaling van vor

Inhoud:

Duits
Nederlands
vor {vz.}
voor 
betreffend, über, von, wegen, vor, an {vz.}
aan 
aangaande
betreffende 
met 
over 
van 
in 
an, in, nach, zu, auf ... zu, nach ... hin, gegen, bei, auf, von, vor {vz.}
aan 
bij 
naar 
tegen 
tot 
voor 
op 


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Mache dir nichts vor!

Hou jezelf niet voor de gek.

Er zittert vor Kälte.

Hij rilt door de kou.

Die Uhr geht vor.

De klok loopt voor.

Ich fürchte mich vor Erdbeben.

Ik ben bang voor aardbevingen.

Kinder brauchen vor allem Liebe.

Boven alles hebben kinderen liefde nodig.

Mir kommt das spanisch vor.

Er is hier iets aan de hand.

Ich fürchte mich vor nichts.

Ik ben van niets bang.

Sie hatte Angst vor dem Hund.

Ze was bang voor de hond.

Wir standen vor der Tür und warteten.

We stonden voor de deur en wachtten.

Er täuschte vor, Arzt zu sein.

Hij deed alsof hij een dokter was.

Lucy hat mich vor drei Tagen besucht.

Lucy heeft me drie dagen geleden bezocht.

Vor langer Zeit war hier eine Brücke.

Lang geleden was hier een brug.

Er fürchtet sich vor dem Meer.

Hij is bang voor de zee.

Die Katzen haben Angst vor dem Wasser.

De katten zijn bang voor water.

Er fürchtete sich vor seiner Frau.

Hij had schrik voor zijn vrouw.


Gerelateerd aan vor

betreffend - über - von - wegen - an - in - nach - zu - auf ... zu - nach ... hin - gegen - bei - auf