Vertaling van average

Inhoud:

Engels
Nederlands
average, mean {bn.}
gemiddeld
average, mean, middle, medium {bn.}
doorsnee
gemiddeld
middelbaar
midden-
average, mean {bn.}
gemiddeld
average, mean, middle, centre, midst {zn.}
midden
middelmaat
Germany is in the middle of Europe.
Duitsland ligt in het midden van Europa.
The professor gave a lecture on the Middle East.
De professor hield een college over het Midden-Oosten.
average, arithmetical mean {zn.}
gemiddelde
The average temperature has gone up.
De gemiddelde temperatuur is gestegen.
The average number of pregnancies per woman is two in industrialized countries.
Het gemiddelde aantal zwangerschappen per vrouw is twee, in geïndustrialiseerde landen.
to break down, to suffer damage, to average {ww.}
averij oplopen
averij krijgen
damage, average {zn.}
averij  [v]
typical, average, classic, representative {bn.}
eigenaardig
typisch


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My school grades were average.

Mijn schoolcijfers waren gemiddeld.

My grades are above average.

Mijn cijfers zijn hoger dan gemiddeld.

The average temperature has gone up.

De gemiddelde temperatuur is gestegen.

The temperature is above average this winter.

De temperatuur is deze winter hoger dan gemiddeld.

Your marks were well below average this term.

Je cijfers waren duidelijk lager dan gemiddeld dit semester.

How many times a minute does the average person blink?

Hoe vaak knippert een mens gemiddeld per minuut met zijn ogen?

She earns on average ten pounds a week.

Ze verdient gemiddeld tien pond per week.

In this country the average number of children per family fell from 2 to 1.5.

In dit land is het gemiddeld aantal kinderen per gezin gedaald van 2 naar 1,5.

The average number of pregnancies per woman is two in industrialized countries.

Het gemiddelde aantal zwangerschappen per vrouw is twee, in geïndustrialiseerde landen.

The average grocery store offers you 50.000 products.

De gemiddelde supermarkt verkoopt 50.000 producten.