Vertaling van butt

Inhoud:

Engels
Nederlands
butt, grip {zn.}
kolf 
aim, goal, purpose, target, butt, end, intent, objective {zn.}
doel [o]
honk
doelstelling  [v]
doelwit [o]
wit 
They attained their aim.
Ze bereikten hun doel.
This time my goal is Paris.
Dit keer is Parijs mijn doel.
behind, bottom, buttocks, arse, backside, butt, bum, ass {zn.}
bips  [m]
kont 
zitvlak

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My butt hurts.

Ik heb pijn aan mijn achterste.

The one whose butt got burned has to sit on the blisters.

Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.


Gerelateerd aan butt

grip - aim - goal - purpose - target - end - intent - objective - behind - bottom - buttocks - arse - backside - bum - ass