Vertaling van exam
Inhoud:
Engels
Nederlands
exam, examination, test {zn.}
proef
Did he pass the test?
Is hij geslaagd voor de proef?
Those students didn't both pass the test.
Deze leerlingen hebben beiden de proef gefaald.
exam, examination, test {zn.}
repetitie
proefwerk
proefwerk
exam, examination, test {zn.}
examen
I wish you good luck in the exam!
Ik wens u veel geluk op het examen.
I have to resit an English exam next week.
Ik moet volgende week een examen opnieuw afleggen.
exam, examination, test {zn.}
schoolonderzoek
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
He failed the entrance exam.
Hij faalde zijn toelatingsexamen.
I wish you good luck in the exam!
Ik wens u veel geluk op het examen.
I have to resit an English exam next week.
Ik moet volgende week een examen opnieuw afleggen.
He was caught cheating on the exam and got called on the carpet.
Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.