Vertaling van exam

Inhoud:

Engels
Nederlands
exam, examination, test {zn.}
proef
Did he pass the test?
Is hij geslaagd voor de proef?
Those students didn't both pass the test.
Deze leerlingen hebben beiden de proef gefaald.
exam, examination, test {zn.}
repetitie [v] (de ~)
proefwerk [o] (het ~)
exam, examination, test {zn.}
examen [o] (het ~)
Good luck on the exam!
Succes met je examen!
I failed the exam.
Ik ben gezakt voor het examen.
exam, examination, test {zn.}
schoolonderzoek [o] (het ~)
examination, investigation, test, exam, review, scrutiny {zn.}
examen  [o]
nauwkeurig onderzoek
onderzoek 
keuring [v]
Did he pass the exam?
Is hij geslaagd voor het examen?
Bill is nervous about the exam.
Bill is zenuwachtig voor het examen.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I failed the exam.

Ik ben gezakt voor het examen.

He failed the entrance exam.

Hij faalde zijn toelatingsexamen.

I have an exam tomorrow.

Morgen heb ik een tentamen.

Did he pass the exam?

Is hij geslaagd voor het examen?

Good luck on the exam!

Succes met je examen!

Bill is nervous about the exam.

Bill is zenuwachtig voor het examen.

I wish you good luck in the exam!

Ik wens u veel geluk op het examen.

I have to resit an English exam next week.

Ik moet volgende week een examen opnieuw afleggen.

I studied really hard in order to pass the exam.

Ik heb heel hard geleerd om het examen te halen.

I studied really hard so as to pass the exam.

Ik heb heel hard geleerd om het examen te kunnen halen.

He was caught cheating on the exam and got called on the carpet.

Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.


Gerelateerd aan exam

examination - test - investigation - review - scrutinyexam - prelim