Vertaling van test

Inhoud:

Engels
Nederlands
to test {ww.}
op de proef stellen
toetsen
bezoeken

I test
you test
we test

ik toets
jij toetst
wij toetsen
» meer vervoegingen van toetsen

to test {ww.}
testen

I test
you test
we test

ik test
jij test
wij testen
» meer vervoegingen van testen

test, trial {zn.}
proefstuk
probeersel
test {zn.}
test 
It's the ultimate test.
Het is de ultieme test.
I found the test difficult.
Ik vond de test lastig.
to attempt, to test, to try, to pilot, to prove, to sample, to assay {ww.}
proberen
passen
uitproberen 
toetsen
aanpassen 
beproeven 

I test
you test
we test

ik probeer
jij probeert
wij proberen
» meer vervoegingen van proberen

Let's try something.
Laat ons iets proberen.
I will try again.
Ik zal opnieuw proberen.
attempt, test, bid, rehearsal, shot, trial, try {zn.}
test 
proef
poging [v]
toets
toetsing [v]
beproeving  [v]
It's worth a try.
Het is een poging waard.
His attempt to escape was successful.
Zijn poging tot ontsnappen was geslaagd.
examination, investigation, test, exam, review, scrutiny {zn.}
examen  [o]
nauwkeurig onderzoek
onderzoek 
keuring [v]
Good luck on the exam!
Succes met je examen!
I failed the exam.
Ik ben gezakt voor het examen.
to quiz, to test {ww.}
doorvragen

I test
you test
we test

ik vraag door
jij vraagt door
wij vragen door
» meer vervoegingen van doorvragen

to quiz, to test {ww.}
overhoren

I test
you test
we test

ik overhoor
jij overhoort
wij overhoren
» meer vervoegingen van overhoren

to essay, to examine, to prove, to test, to try, to try out {ww.}
testen
toetsen
uittesten
proberen
uitproberen

I test
you test
we test

ik test
jij test
wij testen
» meer vervoegingen van testen

to quiz, to test {ww.}
cupelleren

I test

to quiz, to test {ww.}
examineren
ondervragen

I test
you test
we test

ik examineer
jij examineert
wij examineren
» meer vervoegingen van examineren

to quiz, to test {ww.}
overhoren

I test
you test
we test

ik overhoor
jij overhoort
wij overhoren
» meer vervoegingen van overhoren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

It's the ultimate test.

Het is de ultieme test.

Did he pass the test?

Is hij geslaagd voor de proef?

I found the test difficult.

Ik vond de test lastig.

He failed the breathalyzer test.

Hij kwam niet door de blaastest heen.

Miss Klein gives a test every Friday.

Mevrouw Klein geeft elke vrijdag een test.

Those students didn't both pass the test.

Deze leerlingen hebben beiden de proef gefaald.

The following people were put to the test.

De volgende personen werden aan de test onderworpen.

With all his efforts, he failed the test.

Ondanks alle moeite is hij niet geslaagd in de proef.

He asked me some questions about the math test.

Hij stelde enige vragen over het wiskundeproefwerk.

I am satisfied with the result of my math test.

Ik ben tevreden met de uitkomst van mijn wiskundetoets.

Did you stay home to study for the test?

Ben je thuis gebleven om te leren voor de toets?

We wish we didn't have to take a test in English.

Wij zouden willen dat we geen examen moesten afleggen in het Engels.


Gerelateerd aan test

trial - attempt - try - pilot - prove - sample - assay - bid - rehearsal - shot - examination - investigation - exam - review - scrutinyask - check - work - clean