Vertaling van faith

Inhoud:

Engels
Nederlands
faith, trust {zn.}
vertrouwen [o] (het ~)
betrouwen
He abused my trust.
Hij heeft mijn vertrouwen misbruikt.
Honestly, I can't trust him.
Eerlijk, ik kan hem niet vertrouwen.
confidence, faith, trust {zn.}
vertrouwen
geloof 
fiducie [v]
Faith works miracles!
Geloof doet wonderen!
I lost my trust in him.
Ik ben mijn vertrouwen in hem verloren.
faith, religion, religious belief {zn.}
geloof [o] (het ~)
faith, religion, religious belief {zn.}
religie [v] (de ~)
geloof [o] (het ~)
geloofsovertuiging [v] (de ~)
godsdienst [m] (de ~)
Religion is the opiate of the masses.
Religie is het opium van het volk.
Religion is the opium of the people.
Religie is het opium van het volk.
confidence, entrustment, faith {zn.}
vertrouwen
Faith is taking the first step, even when you don't see the whole staircase.
Vertrouwen is het nemen van de eerste stap, zelfs als je niet de hele trap kunt zien.
faith, religion, religious belief {zn.}
godsbetrouwen
godsvertrouwen

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Faith works miracles!

Geloof doet wonderen!

Faith is taking the first step, even when you don't see the whole staircase.

Vertrouwen is het nemen van de eerste stap, zelfs als je niet de hele trap kunt zien.


Gerelateerd aan faith

trust - confidence - religion - religious belief - entrustmentfeeling - attitude - philosophy - faith