Vertaling van grew
I grew
you grew
he/she/it grew
ik werd
jij werd
hij/zij/het werd
» meer vervoegingen van worden
doen groeien
I grew
you grew
he/she/it grew
ik verbouwde
jij verbouwde
hij/zij/het verbouwde
» meer vervoegingen van verbouwen
I grew
you grew
he/she/it grew
ik groeide
jij groeide
hij/zij/het groeide
» meer vervoegingen van groeien
I grew
you grew
he/she/it grew
ik groeide
jij groeide
hij/zij/het groeide
» meer vervoegingen van groeien
Voorbeelden in zinsverband
She grew roses.
Ze kweekte rozen.
I grew up in Boston.
Ik groeide op in Boston.
I grew up in the country.
Ik ben opgegroeid in het land.
I grew up in the woods.
Ik groeide op in de bossen.
I grew up in the mountains.
Ik groeide op in de bergen.
I grew up in this neighborhood.
Ik groeide op in deze buurt.
I grew up on watching Pokémon.
Ik ben met Pokémon opgegroeid.
I grew up in that house.
Ik groeide op in dat huis.
I grew up near a river.
Ik ben opgegroeid in de buurt van een rivier.
Tom grew up in an orphanage.
Tom is in een weeshuis opgegroeid.
I grew up here in Boston.
Ik ben opgegroeid hier in Boston.
He grew up to be a very reliable man.
Hij werd een heel betrouwbare man.
The Japanese economy grew by 4% last year.
De Japanse economie is vorig jaar met 4 % gegroeid.
A small village grew into a large city.
Een klein dorp groeide uit tot een grote stad.
I remember the house where I grew up.
Ik herinner me het huis waar ik opgegroeid ben.