Vertaling van measure

Inhoud:

Engels
Nederlands
to measure {ww.}
meten

I measure
you measure
we measure

ik meet
jij meet
wij meten
» meer vervoegingen van meten

to measure {ww.}
meten
roeien
afmeten
opnemen 
opmeten
uitmeten

I measure
you measure
we measure

ik meet
jij meet
wij meten
» meer vervoegingen van meten

measure, measurement {zn.}
grootte
maat
mate
measure, precaution {zn.}
voorzorgsmaatregel
to measure, to measure out, to mensurate {ww.}
afmeten
afpassen

I measure
you measure
we measure

ik meet af
jij meet af
wij meten af
» meer vervoegingen van afmeten

to measure, to quantify {ww.}
kwantificeren

I measure
you measure
we measure

ik kwantificeer
jij kwantificeert
wij kwantificeren
» meer vervoegingen van kwantificeren

to measure, to quantify {ww.}
vaststellen
bepalen

I measure
you measure
we measure

ik stel vast
jij stelt vast
wij stellen vast
» meer vervoegingen van vaststellen

action, accomplishment, achievement, act, deed, measure, move {zn.}
daad  [v]
actie 
handeling [v]
verrichting [v]
prestatie  [v]
A good deed lightens a dark world.
Een goede daad verlicht een donkere wereld.
His brave deed earned him respect.
Zijn dappere daad leverde hem respect op.
arrangement, adjustment, lay-out, pattern, scheme, set-up, measure, sanction {zn.}
akkoord  [o]
zetting [v]
inrichting [v]
schikking [v]
regeling  [v]
maatregel
to appraise, to assess, to evaluate, to measure, to valuate, to value {ww.}
taxeren

I measure
you measure
we measure

ik taxeer
jij taxeert
wij taxeren
» meer vervoegingen van taxeren

to appraise, to assess, to evaluate, to measure, to valuate, to value {ww.}
schatten
koersen
ramen

I measure
you measure
we measure

ik schat
jij schat
wij schatten
» meer vervoegingen van schatten

to appraise, to assess, to evaluate, to measure, to valuate, to value {ww.}
evalueren

I measure
you measure
we measure

ik evalueer
jij evalueert
wij evalueren
» meer vervoegingen van evalueren