Vertaling van must

Inhoud:

Engels
Nederlands
must {zn.}
most 
to have to, to must, to ought to, to should, to need {ww.}
moeten
zullen
behoren 
dienen
horen 

I must
you must
he/she/it must

ik moet
jij moet
hij/zij/het moet
» meer vervoegingen van moeten

People ought to work.
Mensen moeten werken.
You ought to listen to your mother.
Je zou naar je moeder moeten luisteren.
must {zn.}
must [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

A man must work.

Een mens moet werken.

You must stop smoking.

Ge moet stoppen met roken.

You must quit smoking.

Ge moet stoppen met roken.

You must start immediately.

Ge moet onmiddellijk beginnen.

I must find it.

Ik moet het vinden.

We must go.

We moeten gaan.

You must study hard.

Je moet hard leren.

We must hide!

We moeten ons verstoppen!

Everybody must know.

Iedereen moet het weten.

Carthage must be destroyed.

Carthago moet verwoest worden.

All men must die.

Alle mensen moeten sterven.

You must do your best.

Ge moet uw best doen.

I must ride a bicycle.

Ik moet fietsen.

A man must be honest.

Een man moet eerlijk zijn.

You must promise me something.

Je moet me iets beloven.


Gerelateerd aan must

have to - ought to - should - needrecommendation