Vertaling van next
volgend
vervolgens
Voorbeelden in zinsverband
Until next time.
Tot de volgende keer.
Who's the next candidate?
Wie is de volgende kandidaat?
It may freeze next week.
Volgende week gaat het misschien vriezen.
There's always a next time.
Er is altijd een volgende keer.
Ken sat next to me.
Ken zette zich naast mij.
We're moving house next month.
We verhuizen volgende maand.
I'll visit my uncle next week.
Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.
He sat next to the stream.
Hij zat bij de rivier.
What're you going to do next?
Wat ga je nu doen?
Next time I will do it myself.
De volgende keer doe ik het zelf.
Which game shall we play next?
Welk spel zullen we nu spelen?
Ask him when the next plane leaves.
Vraag hem wanneer het volgende vliegtuig gaat.
There is always a next time.
Er is altijd een volgende keer.
The next morning, he was gone.
De volgende ochtend was hij weg.
Turn right at the next corner.
Draai naar rechts aan de volgende hoek.