Vertaling van on board

Inhoud:

Engels
Nederlands
to board, to wainscot {ww.}
betimmeren 
beschieten

I board
you board
we board

ik betimmer
jij betimmert
wij betimmeren
» meer vervoegingen van betimmeren

to board, to clutch, to grip, to cling to, to get caught on {ww.}
zich vastklampen aan
aanklampen 

I board
you board
we board

ik klamp aan
jij klampt aan
wij klampen aan
» meer vervoegingen van aanklampen

aboard, on board {bw.}
aan boord
to tread, to walk, to walk upon, to board {ww.}
bestijgen 
opgaan
begaan 

I board
you board
we board

ik bestijg
jij bestijgt
wij bestijgen
» meer vervoegingen van bestijgen

to board {ww.}
kartonneren

I board
you board
we board

ik kartonneer
jij kartonneert
wij kartonneren
» meer vervoegingen van kartonneren

to board {ww.}
uitbesteden

I board
you board
we board

ik besteed uit
jij besteedt uit
wij besteden uit
» meer vervoegingen van uitbesteden

to board, to room {ww.}
inwonen

I board
you board
we board

ik woon in
jij woont in
wij wonen in
» meer vervoegingen van inwonen

to board, to get on {ww.}
instappen

I board
you board
we board

ik stap in
jij stapt in
wij stappen in
» meer vervoegingen van instappen

to board {ww.}
instijgen

I board
you board
we board

ik stijg in
jij stijgt in
wij stijgen in
» meer vervoegingen van instijgen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He is on board the ship.

Hij is aan boord van het schip.

Is there a doctor on board?

Is er een arts aan boord?

When must I go on board?

Wanneer moet ik aan boord gaan?


Gerelateerd aan on board

board - wainscot - clutch - grip - cling to - get caught on - aboard - tread - walk - walk upon - room - get onbind - domiciliate - enter - arise