Vertaling van positive

Inhoud:

Engels
Nederlands
positive {zn.}
stellende trap
positive, affirmative {bn.}
constructief
positief 
positive {zn.}
positief [o] (het ~)
positive {zn.}
positief [m] (de ~)
positive {zn.}
orgelpositief
positief [o] (het ~)
positive, positivist, positivistic {bn.}
positivistisch
definite, definitive, decided, decisive, final, firm, positive, affirmative {bn.}
definitief
onherroepelijk
vast
cocksure, overconfident, positive {bn.}
eigengereid
eigenwillig
eigenzinnig
neuswijs
eigenwijs
plus, positive {bn.}
bijkomend
accessoir
accessorisch
additioneel
bijgaand
extra
intercurrent
toegevoegd
incontrovertible, irrefutable, positive {bn.}
onwraakbaar
incontrovertible, irrefutable, positive {bn.}
onweerlegbaar
apodictisch
indiscutabel
onbetwistbaar
onomstotelijk
ontegensprekelijk
ontegenzeglijk
cocksure, overconfident, positive {bn.}
opbouwend
constructief
electropositive, positive, positively charged {bn.}
assertoir
assertorisch
cocksure, overconfident, positive {bn.}
resus-positief
resuspositief