Vertaling van switch off

Inhoud:

Engels
Nederlands
to shut off, to stop, to switch off, to turn off, to disable {ww.}
stopzetten
buiten werking stellen
stilzetten
afzetten 
to shut off, to stop, to switch off, to turn off {ww.}
uitschakelen
uitzetten
afzetten 
to commute, to switch, to shunt, to commutate {ww.}
omleggen
omschakelen
overschakelen

I switch
you switch
we switch

ik leg om
jij legt om
wij leggen om
» meer vervoegingen van omleggen

to interchange, to swap, to change, to exchange, to share, to switch, to trade {ww.}
ruilen 
inruilen
wisselen 
inwisselen
uitwisselen
verruilen

I switch
you switch
we switch

ik ruil
jij ruilt
wij ruilen
» meer vervoegingen van ruilen

to cut, to switch off, to turn off, to turn out {ww.}
uitdraaien
to cut, to switch off, to turn off, to turn out {ww.}
uitschakelen
uitzetten
afzetten
to cut, to switch off, to turn off, to turn out {ww.}
uitknippen
to cut, to switch off, to turn off, to turn out {ww.}
uitdoen
Could you turn off the lights?
Kan je het licht uitdoen?
You had better turn off the light before you go to sleep.
Je kan maar beter het licht uitdoen voordat je gaat slapen.
to change, to shift, to switch {ww.}
overstap
to exchange, to switch, to switch over {ww.}
switchen
omwisselen

I switch
you switch
we switch

ik switch
jij switcht
wij switchen
» meer vervoegingen van switchen

to change over, to shift, to switch {ww.}
omschakelen
switchen

I switch
you switch
we switch

ik schakel om
jij schakelt om
wij schakelen om
» meer vervoegingen van omschakelen

to flip, to switch, to throw {ww.}
omzetten
overgooien

I switch
you switch
we switch

ik omzet
jij omzet
wij omzetten
» meer vervoegingen van omzetten

to exchange, to switch, to switch over {ww.}
overschakelen

I switch
you switch
we switch

ik schakel over
jij schakelt over
wij schakelen over
» meer vervoegingen van overschakelen

to exchange, to switch, to switch over {ww.}
ruilen

I switch
you switch
we switch

ik ruil
jij ruilt
wij ruilen
» meer vervoegingen van ruilen

to swap, to switch, to swop, to trade {ww.}
uitwisselen

I switch
you switch
we switch

ik wissel uit
jij wisselt uit
wij wisselen uit
» meer vervoegingen van uitwisselen

to change, to shift, to switch {ww.}
wisseling
verwisseling [v] (de ~)

I switch


Gerelateerd aan switch off

shut off - stop - turn off - disable - commute - switch - shunt - commutate - interchange - swap - change - exchange - share - trade - cutaffect - cut - work - shift - alter - adapt oneself - displace - move around - change over - change