Vertaling van temper

Inhoud:

Engels
Nederlands
to temper {ww.}
tempereren
temper {zn.}
kittelorigheid [v]
to harden, to temper, to season, to steel, to toughen {ww.}
harden
temperen
stalen

I temper
you temper
we temper

ik hard
jij hardt
wij harden
» meer vervoegingen van harden

At night, I put my bell pepper plants at the open window, so they can harden off a bit before I plant them outside, cause now they still have such thin stems.
's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
humour, mood, temper {zn.}
humeur
gemoedsgesteldheid
I'm in a bad mood today.
Ik heb vandaag een slecht humeur.
acidity, acidness, sourness, biliousness, irritability, peevishness, pettishness, snappishness, surliness, temper {zn.}
zurigheid [v]
zuurheid [v]
bitsheid
humour, mood, temper {zn.}
humeur
humor 
gemoedsgesteldheid [v]
to anneal, to normalize, to temper {ww.}
uitgloeien

I temper
you temper
we temper

ik gloei uit
jij gloeit uit
wij gloeien uit
» meer vervoegingen van uitgloeien

to anneal, to normalize, to temper {ww.}
inbranden

I temper
you temper
we temper

ik brand in
jij brandt in
wij branden in
» meer vervoegingen van inbranden

to mollify, to season, to temper {ww.}
temperen
adouceren

I temper
you temper
we temper

ik temper
jij tempert
wij temperen
» meer vervoegingen van temperen

to mollify, to season, to temper {ww.}
dilateren

I temper
you temper
we temper

ik dilateer
jij dilateert
wij dilateren
» meer vervoegingen van dilateren

to anneal, to normalize, to temper {ww.}
inbranden

I temper
you temper
we temper

ik brand in
jij brandt in
wij branden in
» meer vervoegingen van inbranden


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She was in a bad temper.

Ze was slecht gehumeurd.

She is in a temper, because she missed her usual train in the subway and had to walk to work.

Zij is chagrijnig, omdat ze de metro gemist had en naar het werk moest lopen.