Vertaling van they

Inhoud:

Engels
Nederlands
they {pers. vnw.}
ze
zij 
one, they, you, people, we {onb. vnw.}
men
we
je
ze

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

They married when they were young.

Zij zijn getrouwd toen ze nog jong waren.

They see Dan.

Zij zien Dan.

They are sensible girls.

Ze zijn verstandige meisjes.

They will never agree.

Ze zullen nooit akkoord gaan.

They remained friends.

Ze bleven vrienden.

They call him Jim.

Ze noemen hem Jim.

They are singers.

Zij zijn zangeressen.

They give nothing.

Zij geven niets.

They had no food.

Ze hadden geen eten.

They lied to you.

Ze hebben tegen je gelogen.

Who are they?

Wie zijn zij?

They abandoned their country.

Ze verlieten hun land.

They live in poverty.

Ze leven in armoede.

They live nearby.

Ze wonen in de buurt.

Are they your relatives?

Zijn ze familie van je?


Gerelateerd aan they

one - you - people - we