Vertaling van to eat
I eat
you eat
we eat
ik eet
jij eet
wij eten
» meer vervoegingen van eten
afeten
I eat
you eat
we eat
ik eet uit
jij eet uit
wij eten uit
» meer vervoegingen van uiteten
I eat
you eat
we eat
ik schaft
jij schaft
wij schaften
» meer vervoegingen van schaften
I eat
you eat
we eat
ik voed
jij voedt
wij voeden
» meer vervoegingen van voeden
I eat
you eat
we eat
ik vreet
jij vreet
wij vreten
» meer vervoegingen van vreten
tafelen
eten
I eat
you eat
we eat
ik tafel
jij tafelt
wij tafelen
» meer vervoegingen van tafelen
I eat
you eat
we eat
ik eet af
jij eet af
wij eten af
» meer vervoegingen van afeten
verbruiken
I eat
you eat
we eat
ik verbrand
jij verbrandt
wij verbranden
» meer vervoegingen van verbranden
I eat
you eat
we eat
ik hol uit
jij holt uit
wij hollen uit
» meer vervoegingen van uithollen
they eat
zij vreten in
» meer vervoegingen van invreten
I eat
you eat
we eat
ik ren door
jij rent door
wij rennen door
» meer vervoegingen van doorrennen
I eat
you eat
we eat
ik ets
jij etst
wij etsen
» meer vervoegingen van etsen
bijten
corroderen
invreten
uitbijten
uitvreten
aanvreten
I eat
you eat
we eat
ik bijt in
jij bijt in
wij bijten in
» meer vervoegingen van inbijten
Voorbeelden in zinsverband
Give me something to eat.
Geef mij iets te eten.
Have you anything to eat?
Heb je iets te eten?
May I begin to eat?
Mag ik nu beginnen met eten?
I'd like something to eat.
Ik zou graag iets eten.
Would you like to eat something?
Wil je iets eten?
I don't want to eat cooked rice.
Ik wil geen gekookte rijst eten.
You need to eat more fiber.
Je moet meer vezels eten.
What did you have to eat?
Wat heb je gegeten?
Can I get something to eat?
Kan ik iets krijgen om te eten?
Where do you want to eat?
Waar wil je eten?
You don't have to eat it.
Je moet het niet opeten.
Help yourself to anything you'd like to eat.
Eet waar je zin in hebt.
She advised him not to eat between meals.
Ze waarschuwde hem niet tussen maaltijden te eten.
I don't have enough time to eat lunch today.
Ik heb vandaag niet genoeg tijd om te lunchen.
One must eat to live, and not live to eat.
Men moet eten om te leven, niet leven om te eten.