Vertaling van trip up

Inhoud:

Engels
Nederlands
to trip, to trip up {ww.}
neerhalen
onderuithalen

I trip
you trip
we trip

ik haal neer
jij haalt neer
wij halen neer
» meer vervoegingen van neerhalen

to slip up, to stumble, to trip up {ww.}
verstappen
to slip up, to stumble, to trip up {ww.}
misrekenen
to catch, to trip up {ww.}
omwippen
to slip up, to stumble, to trip up {ww.}
struikelen
uitglijden
to slip up, to stumble, to trip up {ww.}
misgrijpen
to slip up, to stumble, to trip up {ww.}
struikelen
to get off, to trip, to trip out, to turn on {ww.}
trippen

I trip
you trip
we trip

ik trip
jij tript
wij trippen
» meer vervoegingen van trippen

to stumble, to trip {ww.}
stommelen

I trip
you trip
we trip

ik stommel
jij stommelt
wij stommelen
» meer vervoegingen van stommelen

to jaunt, to travel, to trip {ww.}
reizen
reizend

I trip
you trip
we trip

ik reis
jij reist
wij reizen
» meer vervoegingen van reizen


Gerelateerd aan trip up

trip - slip up - stumble - catch - get off - trip out - turn on - jaunt - travelcause - injure - err - bowl over - jimmy - fail - catch - breach - hallucinate - walk - displace