Vertaling van winter
I winter
you winter
we winter
ik overwinter
jij overwintert
wij overwinteren
» meer vervoegingen van overwinteren
winterachtig
winterseizoen
verwinteren
I winter
you winter
we winter
ik overwinter
jij overwintert
wij overwinteren
» meer vervoegingen van overwinteren
Voorbeelden in zinsverband
The night falls fast in winter.
In de winter wordt het vroeg donker.
Winter is the most favorite season of mine.
De winter is mijn lievelingsseizoen.
A winter sport that many people enjoy is ice skating.
Een wintersport waar veel mensen van houden is ijsschaatsen.
It will not be long before the winter vacation ends.
Het duurt niet lang meer voordat de winter vakantie afgelopen is.
Have you put winter tyres on your car, yet?
Heb je al winterbanden op je auto?
Good quality fruit is scarce in the winter and it costs a lot.
Kwaliteitsfruit is schaars in de winter en het kost veel.
Those birds build their nests in the summer and fly to the south in the winter.
Die vogels bouwen in de zomer hun nest en vliegen in de winter naar het zuiden.