Vertaling van in de war brengen

Inhoud:

Nederlands
Duits
in de war brengen, verfomfaaien {ww.}
herumzausen
brengen, dragen, voeren, voorhebben {ww.}
tragen

wij brengen
jullie brengen
zij brengen

wir tragen
ihr tragt
sie tragen
» meer vervoegingen van tragen

aandragen, bezorgen, brengen, aanbrengen {ww.}
überbringen
heranbringen
anbringen
eintragen
bringen

wij brengen
jullie brengen
zij brengen

wir bringen heran
ihr bringt heran
sie bringen heran
» meer vervoegingen van heranbringen

besturen, brengen, leiden, geleiden, voeren {ww.}
führen
leiten

wij brengen
jullie brengen
zij brengen

wir führen
ihr führt
sie führen
» meer vervoegingen van führen

accommoderen, adapteren, aanpassen, conformeren, aanbrengen {ww.}
außerdem anordnen
daneben anordnen
anfügen
angleichen
anpassen
adaptieren

wij brengen aan
jullie brengen aan
zij brengen aan

wir fügen an
ihr fügt an
sie fügen an
» meer vervoegingen van anfügen

verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
aufstauen
auflaufen lassen
aufspeichern
stauen
speichern
aufhäufen
ansammeln
anhäufen
akkumulieren

wij brengen bijeen
jullie brengen bijeen
zij brengen bijeen

wir stauen auf
ihr staut auf
sie stauen auf
» meer vervoegingen van aufstauen

aanbrengen, aangeven, klikken, verklikken {ww.}
eine Anzeige wegen ... machen
anschwärzen
hinterbringen
denunzieren
anzeigen
angeben

wij brengen aan
jullie brengen aan
zij brengen aan

wir schwärzen an
ihr schwärzt an
sie schwärzen an
» meer vervoegingen van anschwärzen

bijbrengen, instrueren, leren, scholen {ww.}
lehren
unterweisen
unterrichten
instruieren
belehren

wij brengen bij
jullie brengen bij
zij brengen bij

wir lehren
ihr lehrt
sie lehren
» meer vervoegingen van lehren

Ik kan je leren vechten.
Ich kann dich das Kämpfen lehren.
aaneenvoegen, bijeenbrengen, samenbrengen, verenigen {ww.}
gesellen
vereinigen
fügen

wij brengen bijeen
jullie brengen bijeen
zij brengen bijeen

wir gesellen uns
ihr gesellt euch
sie gesellen sich
» meer vervoegingen van gesellen

bijeenbrengen, meebrengen, meenemen, medenemen, medebrengen {ww.}
mitbringen
mitnehmen

wij brengen bijeen
jullie brengen bijeen
zij brengen bijeen

wir bringen mit
ihr bringt mit
sie bringen mit
» meer vervoegingen van mitbringen

Wat moet ik meenemen?
Was soll ich mitbringen?
Je mag wie je maar wilt meenemen.
Du darfst mitbringen, wen du willst.
besturen, binnenbrengen, loodsen {ww.}
lotsen
steuern

wij brengen binnen
jullie brengen binnen
zij brengen binnen

wir lotsen
ihr lotst
sie lotsen
» meer vervoegingen van lotsen

binnenbrengen {ww.}
einbringen
einführen

wij brengen binnen
jullie brengen binnen
zij brengen binnen

wir bringen ein
ihr bringt ein
sie bringen ein
» meer vervoegingen van einbringen

aanbrengen, melden, overbrengen, verslaan, verslag uitbrengen {ww.}
angeben
berichten
melden
rapportieren
referieren

wij brengen aan
jullie brengen aan
zij brengen aan

wir geben an
ihr gebt an
sie geben an
» meer vervoegingen van angeben

aanbrengen, werven, aanwerven {ww.}
werben
anwerben

wij brengen aan
jullie brengen aan
zij brengen aan

wir werben
ihr werbt
sie werben
» meer vervoegingen van werben

aandoen, aantrekken, opleggen, opbrengen, aanbrengen {ww.}
antun
anziehen
auflegen
anlegen

wij brengen aan
jullie brengen aan
zij brengen aan

wir tun an
ihr tut an
sie tun an
» meer vervoegingen van antun