Vertaling van bezocht

Inhoud:

Nederlands
Engels
afgaan, bezoeken, opzoeken {ww.}
to visit 
to see 
to call on
to attend 

ik bezocht
jij bezocht
hij/zij/het bezocht

I visited
you visited
he/she/it visited
» meer vervoegingen van to visit

Ik wil Korea bezoeken.
I want to visit Korea.
Ik zal je morgen bezoeken.
I'll visit you tomorrow.
bezoeken, op de proef stellen, toetsen {ww.}
to test 

ik bezocht
jij bezocht
hij/zij/het bezocht

I tested
you tested
he/she/it tested
» meer vervoegingen van to test

bezoeken, over de vloer komen {ww.}
to attend 
to frequent 

ik bezocht
jij bezocht
hij/zij/het bezocht

I attended
you attended
he/she/it attended
» meer vervoegingen van to attend

bezoeken, bezocht, opzoeken {ww.}
to visit
to call in
to call

ik bezocht
jij bezocht
hij/zij/het bezocht

I visited
you visited
he/she/it visited
» meer vervoegingen van to visit

Ik zal jou persoonlijk bezoeken.
I'll personally visit you.
Ik zal hem morgen bezoeken.
I'll visit him tomorrow.
beproefd, gekweld, getourmenteerd, bezocht {bn.}
anguished
tormented
tortured
bijwonen, bezoeken {ww.}
to visit
to see

ik bezocht
jij bezocht
hij/zij/het bezocht

I visited
you visited
he/she/it visited
» meer vervoegingen van to visit

We gaan ze snel bezoeken.
We will visit them soon.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik bezocht haar op zondagochtend.

I visited her on Sunday morning.

De politieagent bezocht alle huizen.

The policeman visited all the houses.

Hij bezocht Kyoto vorig jaar.

He visited Kyoto last year.

Lucy heeft me drie dagen geleden bezocht.

Lucy came to see me three days ago.

Ze hebben hun ouders bezocht gisteren.

They visited their parents yesterday.

Hij heeft Europa een paar keer bezocht.

He has visited Europe several times.

Ik heb Roemenië een aantal jaar geleden bezocht.

I visited Romania a few years ago.

Mijn vader vroeg me wie hem eergisteren bezocht had.

My father asked me who had visited him the day before.

Ik had die stad nog nooit bezocht, slechter nog, ik kende zelfs geen woord van de taal die daar werd gesproken.

I'd never been to that city before, and even worse, I couldn't speak a word of the language.


Gerelateerd aan bezocht

afgaan - bezoeken - opzoeken - op de proef stellen - toetsen - over de vloer komen - beproefd - gekweld - getourmenteerd - bijwonenkoersen