Vertaling van droom

Inhoud:

Nederlands
Engels
droom [m], dagdroom [m], wensdroom {zn.}
dream 
daydream
Ik leef mijn droom.
I'm living my dream.
Wat is jouw droom?
What is your dream?
droom [m] {zn.}
dream 
Ik heb een droom.
I have a dream.
Ze had een vreemde droom.
She dreamed a strange dream.
droom [m] (de ~) {zn.}
dream
dreaming
Droom ik?
Am I dreaming?
dromen, mijmeren {ww.}
to dream 
to muse
to fancy 
to daydream

ik droom

I dream
» meer vervoegingen van to dream

Ge doet mij dromen.
You make me dream.
Hoe zou ik een robot kunnen zijn? Robots dromen niet.
How could I be a robot? Robots don't dream.
dromen {ww.}
to dream 

ik droom

I dream
» meer vervoegingen van to dream

ideaal [o] (het ~), droom, ideaalbeeld [o] (het ~), wensdroom [m] (de ~), droombeeld [o] (het ~) {zn.}
ideal
dromen {ww.}
to dream

ik droom

I dream
» meer vervoegingen van to dream

dagdromen, dromen {ww.}
to dream
to woolgather
to stargaze
to daydream

ik droom

I dream
» meer vervoegingen van to dream

begeren, talen, dromen, verlangen, zuchten {ww.}
to hanker
to long
to yearn

ik droom

I hanker
» meer vervoegingen van to hanker


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Droom ik?

Am I dreaming?

Ik leef mijn droom.

I'm living my dream.

Slaapwel. Droom zoet.

Good night. Sweet dreams.

Wat is jouw droom?

What is your dream?

Ik heb een droom.

I have a dream.

Ze had een vreemde droom.

She dreamed a strange dream.

Je beleeft een droom, en de droom eindigt bijna.

You are living a dream, and the dream is about to end.

Soms droom ik over thuis.

I sometimes dream of home.

De droom is werkelijkheid geworden.

The dream has come true.

Mij droom is honkbalspeler te worden.

My dream is to be a baseball player.

Het is haar droom verpleegster te worden.

Her dream is to become a nurse.

Hij had vannacht een vreemde droom.

He had a strange dream last night.

Ik had een rare droom vannacht.

I had a strange dream last night.

Die nacht droomde hij een afschuwelijke droom.

That night he dreamed a horrible dream.

Ik ontmoette een wolf in een droom.

I met a wolf in a dream.


Gerelateerd aan droom

dagdroom - wensdroom - dromen - mijmeren - ideaal - ideaalbeeld - droombeeld - dagdromen - begeren - talen - verlangen - zuchtenvoorstelling - gevoelen - bedenken - willen