Vertaling van echt

Inhoud:

Nederlands
Engels
echt [m], echtverbintenis [v], huwelijk {zn.}
marriage 
matrimony
wedlock
Deze eindeloze zakenreizen vertellen veel over zijn huwelijk.
These endless business trips are telling on his marriage.
echt, eigenlijk, heus, waar, waarachtig {bn.}
true 
genuine 
legitimate 
real 
echt, werkelijk, wezenlijk {bw.}
genuinely 
indeed 
really 
truly 
actually
echt, inderdaad, naar waarheid, waarachtig, waarlijk, werkelijk {bw.}
absolutely
genuinely 
indeed 
really 
truly 
legitimately
in sooth
echt, legaal, wettelijk, wettig {bn.}
legal 
echt [m], echtverbintenis [v], huwelijk, huwelijkse staat {zn.}
marriage 
matrimony
wedlock
authentiek, echt {bn.}
authentic 
echten, legitimeren {ww.}
to legitimize
to authenticate 

ik echt
jij echt
hij/zij/het echt

I legitimize
you legitimize
he/she/it legitimizes
» meer vervoegingen van to legitimize

echten, wettigen {ww.}
to enact
to legalize 

ik echt
jij echt
hij/zij/het echt

I enact
you enact
he/she/it enacts
» meer vervoegingen van to enact


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Echt?

Really?

Echt goed!

Really good!

Neen, niet echt.

No, not really.

Ze is echt snel.

She's really quick.

Wil je echt wandelen?

Do you really want to walk?

Bestaan spoken echt?

Do ghosts really exist?

Je bent echt walgelijk!

You're really revolting!

Meen je dat echt?

Are you serious?

Dat is echt heerlijk.

It is really wonderful.

Is het allemaal echt voorbij?

Is it really all over?

Zijn auto is echt gaaf.

His car is really cool.

Het feestje was echt leuk.

The party was really fun.

Hij houdt echt van voetbal.

He's really into soccer.

Ik weet het echt niet.

I really don't know.

Dat is niet echt gebeurd.

That didn't really happen.