Vertaling van geval

Inhoud:

Nederlands
Engels
geval, zaak {zn.}
case 
affair 
matter 
Ik heb niets met de zaak te maken.
I have nothing to do with the affair.
Hij werd beschuldigd van liegen over die zaak.
He was accused of having lied about the affair.
gebeurtenis [v], gelegenheid [v], geval {zn.}
occasion 
event 
time 
instance 
opportunity 
occurrence
chance 
De koninklijke bruiloft was een prachtige gebeurtenis.
The royal wedding was a magnificent occasion.
Ge moet niet erg oud zijn om u die gebeurtenis te herinneren.
You don't have to be very old to remember that event.
geval [o] (het ~) {zn.}
thing
geval [o] (het ~) {zn.}
thing
toeval [o] (het ~), coïncidentie [v] (de ~), toevalligheid [v] (de ~), geval [o] (het ~) {zn.}
coincidence
happenstance
Het was puur toeval dat Mary en ik op dezelfde trein zaten.
It was sheer coincidence that Mary and I were on the same train.
case, geval [o] (het ~), casus [m] (de ~) {zn.}
case
event
Dit is het geval.
This is the case.
Hij is een hopeloos geval.
He's a hopeless case.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

In geval van brand, bel 119.

In case of fire, dial 119.

Dat is niet het geval in Japan.

That isn't the case in Japan.

Gebruik niet de lift in geval van brand.

In case of fire, do not use the lift.

Ze vertrokken met een gids voor het geval ze verdwaalden.

They set out with a guide just in case they lost their way.

In geval dat het regent, zal ik niet vertrekken.

In case it rains, I won't go.

Neem een paraplu met je mee in het geval dat het gaat regenen.

Take an umbrella with you in case it should rain.

Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.

Put the cap back on the bottle in case the cat knocks it over.

In alle geval moet men "ja" stemmen in het referendum van 18 februari.

In any case, you need to vote "yes" in the February 18th referendum.

In het geval dat iets niet duidelijk is, neemt u alstublieft contact met ons op.

In case something is not clear, please contact us.

We hadden een kaart bij ons voor het geval we verdwaalden.

We carried a map with us in case we should lose our way.


Gerelateerd aan geval

zaak - gebeurtenis - gelegenheid - toeval - coïncidentie - toevalligheid - case - casusomstandigheid - voorwerp - gebeurtenis