Vertaling van gebeurtenis

Inhoud:

Nederlands
Engels
gebeurtenis [v] {zn.}
event 
Ge moet niet erg oud zijn om u die gebeurtenis te herinneren.
You don't have to be very old to remember that event.
gebeurtenis [v], gelegenheid [v], geval {zn.}
opportunity 
occasion 
event 
occurrence
instance 
chance 
time 
De gelegenheid maakt de dief.
Opportunity makes the thief
De gelegenheid maakt de dief.
Opportunity makes a thief.
gebeurde [o], gebeurtenis [v], voorgevallene {zn.}
event 

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

De koninklijke bruiloft was een prachtige gebeurtenis.

The royal wedding was a magnificent occasion.

Ik had niks te maken met die gebeurtenis.

I had nothing to do with that incident.

Ge moet niet erg oud zijn om u die gebeurtenis te herinneren.

You don't have to be very old to remember that event.


Gerelateerd aan gebeurtenis

gelegenheid - geval - gebeurde - voorgevallene