Vertaling van halen

Inhoud:

Nederlands
Engels
halen, gaan halen {ww.}
to get 
to fetch
to pick up
to bring 

wij halen
jullie halen
zij halen

we get
you get
they get
» meer vervoegingen van to get

Ze vroeg haar man om melk te gaan halen.
She asked her husband to go and fetch some milk.
Ga Tom halen.
Go and fetch Tom.
halen, inslaan, raken, teisteren, treffen {ww.}
to catch 
to encounter 
to hit
to score 
to run across
to strike 
to find 
to attain 
to run up against

wij halen
jullie halen
zij halen

we catch
you catch
they catch
» meer vervoegingen van to catch

Ik moet de eerste trein halen.
I must catch the first train.
Laten we opschieten om de bus te halen.
Let's hurry so we can catch the bus.
slagen, halen {ww.}
to pass

wij halen
jullie halen
zij halen

we pass
you pass
they pass
» meer vervoegingen van to pass

Hij zou voor het examen kunnen slagen, toch?
He could pass the examination, could not he?
Ik heb heel hard geleerd om het examen te halen.
I studied really hard in order to pass the exam.
betrekken, halen, laten komen, ontbieden {ww.}
to get 
to fetch
to send for
to bring 

wij halen
jullie halen
zij halen

we get
you get
they get
» meer vervoegingen van to get

Ga koffie halen.
Go get coffee.
Ze wou een rijbewijs halen.
She wants to get a driver's license.
haal (mv. halen), schrap, schreef, streek, streep {zn.}
streak 
stroke
dash 
haal (mv. halen), teug, trek {zn.}
pull 
tug
twitch
haal (mv. halen), ruk {zn.}
yank
uithaal [m] (de ~), haal (mv. halen) [m] (de ~) {zn.}
howl
haal (mv. halen) [m] (de ~), schrab, streep [m] (de ~) {zn.}
line
trek [m] (de ~), haal (mv. halen), hijs {zn.}
drag
puff
pull
klap [m] (de ~), fleer, haal (mv. halen) [m] (de ~), muilpeer [m] (de ~), opflikker, peer [m] (de ~) {zn.}
blow
haal (mv. halen) [m] (de ~), trek [m] (de ~) {zn.}
pull
pulling

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ga Tom halen.

Go and fetch Tom.

Ga koffie halen.

Go get coffee.

Ze wou een rijbewijs halen.

She wants to get a driver's license.

Ik moet de eerste trein halen.

I must catch the first train.

Hij kan het binnen drie uur halen.

He'll be able to make it in three hours.

Ze vroeg haar man om melk te gaan halen.

She asked her husband to go and fetch some milk.

Ik heb heel hard geleerd om het examen te halen.

I studied really hard in order to pass the exam.

Ga haar medicijnen halen en een glas water.

Go get her medicine and a glass of water.

Ga naar de dokter om je recept te halen!

Go to the doctor to get your prescription!

Nu je achttien bent, mag je je rijbewijs halen.

Now that you are eighteen, you can get a driver's license.

Laten we opschieten om de bus te halen.

Let's hurry so we can catch the bus.

Tatoeba: Waar kussengevechten het niet halen bij zinsgevechten.

Tatoeba: Where pillow fights can't even measure up to sentence fights.

Je moet proberen het meeste uit je mogelijkheden te halen.

You should try to make the most of your opportunities.

Ik kom morgenochtend langs om je op te halen.

I'll come by and pick you up tomorrow morning.

Ik heb heel hard geleerd om het examen te kunnen halen.

I studied really hard so as to pass the exam.


Gerelateerd aan halen

gaan halen - inslaan - raken - teisteren - treffen - slagen - betrekken - laten komen - ontbieden - haal - schrap - schreef - streek - streep - teuglijn - haal - inademing - aanraking - geweldpleging