Vertaling van raken

Inhoud:

Nederlands
Engels
raken, worden {ww.}
to get 
to become 
to grow 
to arise 

wij raken
jullie raken
zij raken

we get
you get
they get
» meer vervoegingen van to get

Wat kan ik kwijt raken?
What can I get rid of?
Ik kon niet in slaap raken.
I couldn't get to sleep.
raken, treffen, aandoen, aangrijpen {ww.}
to move
to influence 
to affect
to impress
to strike

wij raken
jullie raken
zij raken

we move
you move
they move
» meer vervoegingen van to move

raken {ww.}
to be tangential to
to brush with
aankomen, raken, aanraken, beroeren, toucheren {ww.}
to touch 
to abut
to affect
to adjoin

wij raken
jullie raken
zij raken

we touch
you touch
they touch
» meer vervoegingen van to touch

Niet aanraken.
Don't touch that.
Niet aanraken.
Don't touch it.
aangaan, betreffen, gelden, raken {ww.}
to concern
to involve
to pertain

wij raken
jullie raken
zij raken

we concern
you concern
they concern
» meer vervoegingen van to concern

halen, inslaan, raken, teisteren, treffen {ww.}
to catch 
to encounter 
to hit
to score 
to run across
to strike 
to find 
to attain 
to run up against

wij raken
jullie raken
zij raken

we catch
you catch
they catch
» meer vervoegingen van to catch

Ik moet de eerste trein halen.
I must catch the first train.
Laten we opschieten om de bus te halen.
Let's hurry so we can catch the bus.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Mijn ideeën raken op.

I'm running out of ideas.

Wat kan ik kwijt raken?

What can I get rid of?

Ik kon niet in slaap raken.

I couldn't get to sleep.

Tom probeerde niet in paniek te raken.

Tom was trying not to panic.

Wist je dat mannen die regelmatig de pil slikken niet zwanger raken?

Did you know that men who regularly take the birth control pill don't get pregnant?

Het is onwaarschijnlijk dat een hacker in onze website zou kunnen raken.

It's unlikely that a hacker could get into our website.

Je kan niet verdwaald raken in grote steden; er zijn overal kaarten!

You can't get lost in big cities; there are maps everywhere!


Gerelateerd aan raken

worden - treffen - aandoen - aangrijpen - aankomen - aanraken - beroeren - toucheren - aangaan - betreffen - gelden - halen - inslaan - teisterendoorwerken