Vertaling van slagen

Inhoud:

Nederlands
Engels
slagen, halen {ww.}
to pass

wij slagen
jullie slagen
zij slagen

we pass
you pass
they pass
» meer vervoegingen van to pass

slagen {ww.}
to pass
to make it

wij slagen
jullie slagen
zij slagen

we pass
you pass
they pass
» meer vervoegingen van to pass

Hij zou voor het examen kunnen slagen, toch?
He could pass the examination, could not he?
slagen {ww.}
to bring home the bacon
to come through
to deliver the goods
to succeed
to win

wij slagen
jullie slagen
zij slagen

we succeed
you succeed
they succeed
» meer vervoegingen van to succeed

doorkomen, klaarspelen, slagen, slagen voor {ww.}
to succeed
to manage 

wij slagen
jullie slagen
zij slagen

we succeed
you succeed
they succeed
» meer vervoegingen van to succeed

houw, klap, schop, slag (mv. slagen) [m], stoot, tik {zn.}
hit
strike 
gevecht, kamp, slag (mv. slagen) [m], strijd, treffen, veldslag {zn.}
battle 
scuffle
struggle 
action 
fight 
clash
combat 
fray
aard [m], slag (mv. slagen) [o], soort {zn.}
kind 
sort 
type 
bezoeking [v], slag (mv. slagen) [m] {zn.}
agony 
draai [m], wending [v], zwenking [v], gier, keer, slag (mv. slagen) [m], zwaai, zwenk {zn.}
turn 
revolution 
stroke
greep, inname, slag (mv. slagen) [m], vat [o] {zn.}
grasp
beweging [v], slag (mv. slagen) [m], zet {zn.}
movement 
move 
motion 
shift 
stroke
bedrevenheid [v], handigheid [v], vaardigheid [v], vlugheid [v], slag (mv. slagen) [m] {zn.}
expertness 
skilfulness
accomplishment
ability 
competence 
aptitude 
flap [m], houw, klap, mep, slag (mv. slagen) [m] {zn.}
blow 
hit
strike 
whack
stroke
klap, klets, klop, slag (mv. slagen) [m], tik, veeg {zn.}
knock
blow 
hit
smack
strike 
stroke
slag (mv. slagen) [m], val, valstrik {zn.}
snare 
trap 
gelukken, gaan, lukken, slagen {ww.}
to succeed
to win
to come through
to deliver the goods
to bring home the bacon

wij slagen
jullie slagen
zij slagen

we succeed
you succeed
they succeed
» meer vervoegingen van to succeed

Hij wilde slagen.
He wanted to succeed.
Ik twijfel er niet aan dat het hem zal lukken.
I have no doubt that he will succeed.
weten, slagen {ww.}
to bring off
to carry off
to manage
to negociate
to pull off

wij slagen
jullie slagen
zij slagen

we manage
you manage
they manage
» meer vervoegingen van to manage

klap, schok [m] (de ~), slag [m] (de ~) {zn.}
shock
blow
omwenteling [v] (de ~), aswenteling, rotatie [v] (de ~), slag [m] (de ~), toer [m] (de ~) {zn.}
rotary motion
rotation
wikkeling, slag [m] (de ~) {zn.}
enfolding
involution
slag (mv. slagen) {zn.}
bam
bang
blast
clap
eruption
handigheid [v] (de ~), slag (mv. slagen) [m] (de ~) {zn.}
adeptness
adroitness
deftness
facility
quickness
slag (mv. slagen) [o] (het ~) {zn.}
class
social class
socio-economic class
stratum
slag (mv. slagen) {zn.}
shot
stroke
slag [m] (de ~) {zn.}
stroke
slag [m] (de ~) {zn.}
stroke
golfbeweging [v] (de ~), ondulatie, undulatie, slag [m] (de ~) {zn.}
wave
undulation
slag [m] (de ~) {zn.}
blow
slag [m] (de ~) {zn.}
fight
conflict
engagement
battle
duiventil [m] (de ~), duivenhok, til [m] (de ~), slag [o] (het ~) {zn.}
pigeon loft
loft
slag [m] (de ~) {zn.}
capture

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hij wilde slagen.

He wanted to succeed.

Ik denk dat hij zal slagen.

I think he will succeed.

Hij is begerig om te slagen.

He is ambitious to succeed.

Hij wou slagen, zelfs ten koste van zijn gezondheid.

He wanted to succeed, even at the cost of his health.

Soms moet je falen voordat je kunt slagen.

Sometimes, you must fail before you succeed.

Hij zou voor het examen kunnen slagen, toch?

He could pass the examination, could not he?