Vertaling van heer

Inhoud:

Nederlands
Engels
heer [m], heerschap [o], meneer [o], mijnheer [o] {zn.}
sir
gentleman 
gent
lord 
Dank u, meneer.
Thank you, sir.
Mijnheer, mag ik uw rijbewijs zien?
May I see your driver's license, sir?
heer {zn.}
king 
heerschaar [v], leger [o], legermacht [v], troepenmacht [v], armee [v], heer [o] {zn.}
army 
host 
Ik ben in het leger ingetreden.
I went into the army.
Het leger gebruikt burgers als menselijk schild.
The army use civilians as human shield.
baas [m], meester [m], heer, patroon {zn.}
boss 
master 
lord 
Waar is de baas?
Where's the boss?
Laat hem zien wie de baas is!
Show him who's boss!
gentleman [m], heer [m] {zn.}
gentleman 
Hij is een gentleman.
He is a gentleman.
Hij is zeker weten geen heer.
He is definitely not a gentleman.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Glimlachend begroette ze de heer Kato.

She greeted Mr Kato with a smile.

Hij is zeker weten geen heer.

He is definitely not a gentleman.

De heer…/ Mevrouw… / Juffrouw

Mr.../ Mrs. .../ Miss...

Hij is een heer. Hij kan zoiets niet gezegd hebben.

He is a gentleman. He cannot have said such a thing.

Ik zoek de heer Smith

I'm looking for Mr. Smith


Gerelateerd aan heer

heerschap - meneer - mijnheer - heerschaar - leger - legermacht - troepenmacht - armee - baas - meester - patroon - gentleman