Vertaling van jongen
zij jongen
they litter
» meer vervoegingen van to litter
male child
son
adult male
Voorbeelden in zinsverband
De jongen liep weg.
The boy ran away.
Die jongen eet niet.
That boy doesn't eat.
Ik ben een jongen.
I am a boy.
Je bent een goede jongen.
You are a good boy.
Die jongen is erg slim.
He is a most clever boy.
Die jongen toonde geen angst.
That boy showed no fear.
Je bent zo'n schattige jongen.
You're such a cute boy.
Zoals de ouden zongen, piepen de jongen.
Children usually think and behave like their parents.
De jongen stond expres op mijn voet.
The boy stepped on my foot on purpose.
Deze jongen heeft een sterk, gezond lichaam.
This boy has a strong and healthy body.
Elke jongen heeft zijn diploma gekregen.
Each boy has received his diploma.
De jongen is in staat tot diefstal.
The boy is capable of robbery.
Waar heeft u de jongen gezien?
Where did you see the boy?
De jongen zat op een stoel.
The boy sat on a chair.
De kleine jongen zei hallo tegen me.
The little boy said hello to me.