Vertaling van kunnen

Inhoud:

Nederlands
Engels
kunnen {ww.}
to be able to
to may
to be able to

wij kunnen
jullie kunnen
zij kunnen

we may
you may
they may
» meer vervoegingen van to may

Mars is een veelbelovende plaats waar we misschien kunnen wonen.
Mars is a promising place where we may be able to live.
Zal ze het vandaag af kunnen krijgen?
Will she be able to finish it today?
kunnen {ww.}
to can
to put up
to tin

wij kunnen
jullie kunnen
zij kunnen

we can
you can
they can
» meer vervoegingen van to can

Wanneer kunnen we eten?
When can we eat?
Misschien kunnen we praten.
Maybe we can talk.
vermogen, weten, kunnen {ww.}
to can
to put up
to tin

wij kunnen
jullie kunnen
zij kunnen

we can
you can
they can
» meer vervoegingen van to can

Niemand kan alles weten.
Nobody can know everything.
Hoe kan je dat niet weten?
How can you not know?
bestaan, gaan, kunnen {bn.}
capable
vermogen [o] (het ~), kunnen, macht [m] (de ~), potentie [v] (de ~) {zn.}
ability
De mens heeft het vermogen om te spreken.
Man has the ability to speak.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Wanneer kunnen we eten?

When can we eat?

We kunnen beter gaan.

We better be going.

Misschien kunnen we praten.

Maybe we can talk.

Waar kunnen we telefoneren ?

Where can we make a phone call?

Kunnen we praten?

Can we talk?

Zij kunnen vissen.

They can fish.

Zij kunnen Spaans spreken.

They're able to speak Spanish.

Zij kunnen Spaans spreken.

They can speak Spanish.

We kunnen vanavond beginnen.

We can begin tonight.

We kunnen geen melk drinken.

We can't drink milk.

Wie zou hem kunnen vervangen?

Who could take his place?

Niet alle vogels kunnen vliegen.

Not all birds can fly.

Zou u even kunnen wachten?

Would you mind waiting a few minutes?

Het zou fataal kunnen worden.

It could be fatal.

Weinig studenten kunnen Latijn lezen.

Few students can read Latin.


Gerelateerd aan kunnen

vermogen - weten - bestaan - gaan - macht - potentiezijn - eigenschap