Vertaling van ogen

Inhoud:

Nederlands
Engels
ogen, staan {ww.}
to look
to seem
to appear

wij ogen
jullie ogen
zij ogen

we look
you look
they look
» meer vervoegingen van to look

Nicolas bedoelt dat de romanisering van het Cyrillische alfabet net zo mooi is als de zon, die de ogen verbrandt wanneer je ernaar kijkt.
Nicolas means that romanization of Cyrillic alphabet is as beautiful as the sun, which burns your eyes when you look at it.
Niet opnieuw! Zie hoe die twee elkaar kussen. Ze staan echt in vuur en in vlam voor elkaar. Ik kan dit niet langer aanzien.
Not again! Look at those two kissing. They've really got the hots for each other. I can't watch this any more.
ogen {ww.}
to stare
oog (mv. ogen) [o], punt, spikkel, stip {zn.}
full stop
stop 
moment 
question 
locus
spot 
point 
period 
dot 
gat [o], oog (mv. ogen) [o] {zn.}
hole 
eye 
oog (mv. ogen) [o], kijker [m] {zn.}
eye 
oog (mv. ogen) [o], kiem, zaad, zaadkiem {zn.}
germ 
streven, mikken, ogen, nastreven {ww.}
to strive
to endeavour
to endeavor

wij ogen
jullie ogen
zij ogen

we strive
you strive
they strive
» meer vervoegingen van to strive

Ik hoop dat al je dromen uitkomen, op één na, zodat je steeds iets hebt om na te streven.
I hope all but one of your dreams come true, so you always have something to strive for.
eruitzien, zien, kijken, tonen, ogen {ww.}
to look
to seem
to appear

wij ogen
jullie ogen
zij ogen

we look
you look
they look
» meer vervoegingen van to look

Moet je die rook zien.
Look at that smoke.
De tweelingbroers zien er precies hetzelfde uit.
The twin brothers look exactly alike.
oog [o] (het ~), kijker [m] (de ~), kijkers {zn.}
eye
optic
oculus
Mijn oog is opgezwollen.
My eye has swollen up.
Ik heb een glazen oog.
I have a glass eye.
oog [o] (het ~) {zn.}
spot
oog [o] (het ~) {zn.}
eye
Tom heeft een blauw oog.
Tom has a black eye.
Oog om oog, tand om tand.
An eye for an eye and a tooth for a tooth.
oog (mv. ogen) {zn.}
eyehole
eyelet
oog (mv. ogen) {zn.}
eyespot
ocellus
oog (mv. ogen) {zn.}
storm center
storm centre


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Maria heeft blauwe ogen.

Maria has blue eyes.

Hij sloot de ogen.

He closed his eyes.

Waar zijn uw ogen?

Where are your eyes?

Doe je ogen open.

Open your eyes.

Mijn ogen zijn blauw.

My eyes are blue.

Hij heeft bruine ogen.

He has brown eyes.

Ze heeft blauwe ogen.

She has blue eyes.

Mary heeft grote ogen.

Mary has big eyes.

Sluit de ogen.

Shut your eyes.

Hij heeft groene ogen.

He has green eyes.

Japanners hebben donkere ogen.

The Japanese have dark eyes.

Ze heeft mooie ogen.

She has beautiful eyes.

Sluit de ogen.

Close your eyes.

Ze heeft groene ogen.

She has green eyes.

Haar ogen zijn blauw.

Her eyes are blue.


Gerelateerd aan ogen

staan - oog - punt - spikkel - stip - gat - kijker - kiem - zaad - zaadkiem - streven - mikken - nastreven - eruitzien - zieneruitzien - blikken - inspannen - zijn - lichaamsdeel - getal - puntje - opening - ring - vlek - centrum - lens - oogbol - regenboogvlies - ooglid - ooglens