Vertaling van staan

Inhoud:

Nederlands
Engels
staan {ww.}
to fit 
to make ... look
to suit 

wij staan
jullie staan
zij staan

we fit
you fit
they fit
» meer vervoegingen van to fit

staan {ww.}
to stand 

wij staan
jullie staan
zij staan

we stand
you stand
they stand
» meer vervoegingen van to stand

staan {ww.}
to stand still
staan {ww.}
to stand
to stand up

wij staan
jullie staan
zij staan

we stand
you stand
they stand
» meer vervoegingen van to stand

Je hoeft niet op te staan.
You don't need to stand up.
Hem werd gezegd op te staan en dat deed hij.
He was told to stand up, and he did so.
kleden, aankleden, omkleden, staan {ww.}
to dress 
to attire
to array 
to suit 
to fit 
to clothe 

wij staan
jullie staan
zij staan

we dress
you dress
they dress
» meer vervoegingen van to dress

Je dient je correct te kleden voor deze winkel.
You are expected to dress well for this shop.
staan {ww.}
to stand

wij staan
jullie staan
zij staan

we stand
you stand
they stand
» meer vervoegingen van to stand

Wij staan voor democratie.
We stand for democracy.
Waar staan de letters WHO voor?
What do the letters WHO stand for?
staan {ww.}
to need
to take
to require
to postulate
to necessitate
to involve
to demand
to call for
to ask

wij staan
jullie staan
zij staan

we need
you need
they need
» meer vervoegingen van to need

"O jeetje..." zuchtte Al Sayib. "Nou, hoeveel heb je nodig? Er staat iets van 10 mille op mijn offshore rekening te staan."
"Oh, boy..." Al-Sayib sighed. "Well, how much do you need? I've got about 10 grand just sitting in my offshore account."
staan {ww.}
to read
to say

wij staan
jullie staan
zij staan

we read
you read
they read
» meer vervoegingen van to read

staan {ww.}
to stand up

wij staan

ogen, staan {ww.}
to look
to seem
to appear

wij staan
jullie staan
zij staan

we look
you look
they look
» meer vervoegingen van to look

Nicolas bedoelt dat de romanisering van het Cyrillische alfabet net zo mooi is als de zon, die de ogen verbrandt wanneer je ernaar kijkt.
Nicolas means that romanization of Cyrillic alphabet is as beautiful as the sun, which burns your eyes when you look at it.
Niet opnieuw! Zie hoe die twee elkaar kussen. Ze staan echt in vuur en in vlam voor elkaar. Ik kan dit niet langer aanzien.
Not again! Look at those two kissing. They've really got the hots for each other. I can't watch this any more.
verhouden, staan {ww.}
to relate
to interrelate

wij staan
jullie staan
zij staan

we relate
you relate
they relate
» meer vervoegingen van to relate

symboliseren, verzinnebeelden, staan {ww.}
to represent
to stand for
to symbolise
to symbolize
to typify

wij staan
jullie staan
zij staan

we represent
you represent
they represent
» meer vervoegingen van to represent


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Wij staan voor democratie.

We stand for democracy.

In zijn kamer staan veel meubels.

There is a lot of furniture in his room.

Er staan miljarden sterren aan de hemel.

There are billions of stars in the sky.

De laden van de archiefkast staan open.

The file cabinet drawers are open.

Je hoeft niet op te staan.

You don't need to stand up.

De vrouwen staan voor de bibliotheek.

The women are in front of a library.

Haaien staan bekend om hun bloeddorstig karakter.

Sharks are infamous for their blood thirsty natures.

Waar staan de letters WHO voor?

What do the letters WHO stand for?

De bestanden staan in de juiste volgorde.

The files are in proper order.

Er staan fouten in deze telefoonrekening.

There are errors in this phone bill.

Op de Amerikaanse vlag staan vijftig sterren.

There are fifty stars in the American flag.

Ze staan op het punt weg te gaan.

They're about to leave.

Er staan niet veel boeken op deze planken.

There are not many books on these shelves.

Hem werd gezegd op te staan en dat deed hij.

He was told to stand up, and he did so.

Hij heeft meer dan genoeg geld op de bank staan.

He has plenty of money in the bank.


Gerelateerd aan staan

kleden - aankleden - omkleden - ogen - verhouden - symboliseren - verzinnebeeldenblijven - pozen - rusten - vereisen - verdedigen - eruitzien - behelzen - voorstellen