Vertaling van ondeugd

Inhoud:

Nederlands
Engels
gebrek [o], ondeugd {zn.}
evil 
vice 
feil [m] (de ~), tekort, tekortkoming [v] (de ~), zwakte, fout [m] (de ~), ondeugd [m] (de ~), zwakheid [v] (de ~), zwak [o] (het ~) {zn.}
vice
frailty
deugniet [m] (de ~), aap, apekop, apenkop, bengel [m] (de ~), boef [m] (de ~), doerak [m] (de ~), dondersteen [m] (de ~), donderstraal, lorejas, nietdeug, rakker [m] (de ~), rekel [m] (de ~), schavuit [m] (de ~), schobbejak [m] (de ~), stouterd [m] (de ~), stouterik [m] (de ~), vlegel [m] (de ~), blaag [m] (de ~), kapoen [m] (de ~), ondeugd [m] (de ~), schooier [m] (de ~), vlerk [m] (de ~), belhamel [m] (de ~) {zn.}
monkey
scamp
scallywag
scalawag
rascal
rapscallion
imp
Hé, kijk, een driekoppige aap!
Hey, look, a three-headed monkey!
Een aap beklimt een hoge boom.
A monkey is climbing up a tall tree.

Gerelateerd aan ondeugd

gebrek - feil - tekort - tekortkoming - zwakte - fout - zwakheid - zwak - deugniet - aap - apekop - apenkop - bengel - boef - doerakhouding - karaktertrek - ding