Vertaling van planten

Inhoud:

Nederlands
Engels
planten, aanplanten, poten {ww.}
to plant 

wij planten
jullie planten
zij planten

we plant
you plant
they plant
» meer vervoegingen van to plant

In maart is de grond nog te koud om iets in de tuin te planten.
In March, the ground is still too cold to plant anything in the garden.
planten, inplanten {ww.}
to plant
to implant
to engraft
to imbed
to embed

wij planten
jullie planten
zij planten

we plant
you plant
they plant
» meer vervoegingen van to plant

telen, planten {ww.}
to cultivate

wij planten
jullie planten
zij planten

we cultivate
you cultivate
they cultivate
» meer vervoegingen van to cultivate

zetten, neerpoten, planten, poten, neerzetten {ww.}
to put down
to set down
to place down
plant [m] (de ~), plantgewas {zn.}
plant
plant life
flora
Plant deze zaden voordat de zomer begint.
Plant these seeds before summer sets in.
De plant heeft een ondergrondse steel.
The plant has an underground stem.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Planten groeien snel na regen.

Plants grow quickly after rain.

Water is onmisbaar voor planten.

Water is indispensable to plants.

Waarom zouden sommige planten eenjarig zijn en andere meerjarig?

I wonder why it is that some plants become annuals and others perennials?

In maart is de grond nog te koud om iets in de tuin te planten.

In March, the ground is still too cold to plant anything in the garden.