Vertaling van scheuren

Inhoud:

Nederlands
Engels
scheuren, sjezen, crossen, racen {ww.}
to career

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we career
you career
they career
» meer vervoegingen van to career

barsten, openbarsten, scheuren, springen, bersten, openbersten {ww.}
to burst 

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we burst
you burst
they burst
» meer vervoegingen van to burst

scheuren, losrukken {ww.}
to tug

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we tug
you tug
they tug
» meer vervoegingen van to tug

scheuren {ww.}
to shred
to tear up
to rip up

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we shred
you shred
they shred
» meer vervoegingen van to shred

barsten, scheuren, splijten {ww.}
to split 
to crack 
to burst 

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we split
you split
they split
» meer vervoegingen van to split

rijten, scheuren {ww.}
to tear 
to rip 

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we tear
you tear
they tear
» meer vervoegingen van to tear

scheuren {ww.}
to pull
to rend
to rip
to rive

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we pull
you pull
they pull
» meer vervoegingen van to pull

scheuren, doorscheuren {ww.}
to bust
to rupture
to snap
to tear

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we bust
you bust
they bust
» meer vervoegingen van to bust

scheuren {ww.}
to plough
to plow
to turn

wij scheuren
jullie scheuren
zij scheuren

we turn
you turn
they turn
» meer vervoegingen van to turn

scheur [m] (de ~) {zn.}
trap
scheur [m] (de ~), fissuur {zn.}
scissure
fissure
crack
crevice
cleft