Vertaling van strijden

Inhoud:

Nederlands
Engels
kampen, strijden, strijd voeren, vechten {ww.}
to fight 
to contend
to struggle 
to strive
to battle 

wij strijden
jullie strijden
zij strijden

we fight
you fight
they fight
» meer vervoegingen van to fight

Ik kan je leren vechten.
I can teach you how to fight.
Ik zal tot de dood vechten.
I will fight to the death.
oorlogvoeren, strijden {ww.}
to wage war
to make war
to war 

wij strijden
jullie strijden
zij strijden

we war
you war
they war
» meer vervoegingen van to war

disputeren, krakelen, twisten, redetwisten, strijden {ww.}
to argue 
to dispute
to row 

wij strijden
jullie strijden
zij strijden

we argue
you argue
they argue
» meer vervoegingen van to argue

herrie [v], ruzie [v], geschil, mot, onmin, strijd (mv. strijden), tweespalt {zn.}
quarrel 
strife
altercation
Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.
It seemed the quarrel would finally be talked out, when Mark added fuel to the fire by bringing up the question of who was guilty.
gevecht, kamp, slag [m], strijd (mv. strijden), treffen, veldslag {zn.}
battle 
fight 
combat 
scuffle
struggle 
clash
action 
fray
Ze hebben het gevecht verloren.
They lost the battle.
De strijd gaat verder!
The fight continues!
dispuut [o], kwestie [v], strijd (mv. strijden), twist [m], redetwist, twistgesprek {zn.}
scrap
disagreement 
quarrel 
dispute
argument 
row 
controversy
altercation