Vertaling van tel

Inhoud:

Nederlands
Engels
achting [v], tel [m] {zn.}
regard 
standing 
esteem
moment, ogenblik, oogwenk, tel [m], tijdstip, wijl, wip {zn.}
moment 
time 
instant 
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
I’m on a diet at the moment.
Aardbevingen kunnen zich op elk moment voordoen.
Earthquakes may occur at any moment.
seconde [v], tel [m] {zn.}
second 
Hij kan er elke seconde zijn.
He'll be here any second.
Na alle moeite die we ervoor gedaan hebben om dat project op poten te zetten, kostte het ze maar een seconde het onderuit te halen bij de bijeenkomst.
After all the trouble we went to in coming up with that project, it only took them a second to shoot it down in the meeting.
pols, polsslag, tel [m] {zn.}
pulse
beat 
De dokter nam mijn pols.
The doctor took my pulse.
tel [m] (de ~), telling [v] (de ~) {zn.}
count
tally
reckoning
numeration
enumeration
counting
Wacht tot ik tot tien tel.
Wait till I count ten.
Ik tel tot drie, en dan vuur ik!
I will count to three, and then I will fire!
calculeren, rekenen, berekenen, tellen, uitrekenen {ww.}
to calculate 
to count 
to figure 
to work out
to account 
to number 
to reckon
to tally
to add up

ik tel

I calculate
» meer vervoegingen van to calculate

tellen, aftellen, neertellen {ww.}
to count 
to number 

ik tel

I count
» meer vervoegingen van to count

seconde, tel [m] (de ~), punt [o] (het ~), minuut, ogenblik [o] (het ~), moment [o] (het ~) {zn.}
moment
minute
second
mo
bit
Die klok loopt één minuut voor.
That clock is one minute fast.
Zij vroeg haar zoon een minuut te wachten.
She told her son to wait a minute.
telganger [m] (de ~), damespaard, hakkenei, pasganger, tel [m] (de ~) {zn.}
pacer
tellen, rekenen {ww.}
to count
to numerate
to number
to enumerate

ik tel

I count
» meer vervoegingen van to count

Hij kan niet tellen.
He can't count.
Mijn zoon kan al tot honderd tellen.
My son can already count up to one hundred.
meespreken, gelden, spelen, tellen, meetellen {ww.}
to count
to matter
to weigh

ik tel

I count
» meer vervoegingen van to count

tellen {ww.}
to count

ik tel

I count
» meer vervoegingen van to count

bezitten, tellen, kennen {ww.}
to have
to own
to possess

ik tel

I have
» meer vervoegingen van to have


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Wacht tot ik tot tien tel.

Wait till I count ten.

Ik tel tot drie, en dan vuur ik!

I will count to three, and then I will fire!

Als je boos bent, tel dan tot tien voordat je wat zegt.

When angry, count to ten before you speak.