Vertaling van verschil

Inhoud:

Nederlands
Engels
onderscheid [v], verschil {zn.}
difference 
Ik zie geen verschil.
I don't see any difference.
Het maakt al het verschil.
It makes all the difference.
afwijking [v], verschil {zn.}
discrepancy 
deviation
verschil [o] (het ~) {zn.}
difference
Wat is het verschil tussen deze twee?
What's the difference between these two?
Er is een duidelijk verschil tussen deze twee.
There is a marked difference between them.
schelen, uiteenlopen, verschillen {ww.}
to differ 
to disagree 
to be different

ik verschil

I differ
» meer vervoegingen van to differ

Uniformen verschillen van school tot school.
Uniforms differ from school to school.
verschillen {ww.}
to differ 
to disagree 

ik verschil

I differ
» meer vervoegingen van to differ

divergentie, verschil [o] (het ~) {zn.}
difference
Wat is het verschil tussen leeuwen en luipaarden?
What's the difference between lions and leopards?
verschillen, uiteenlopen, ontlopen {ww.}
to differ

ik verschil

I differ
» meer vervoegingen van to differ



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ken jij het verschil tussen een microscoop en een telescoop?

Do you know the difference between a microscope and a telescope?

Ik kan het verschil tussen die twee niet uitleggen.

I can't explain the difference between those two.

Er is een duidelijk verschil tussen deze twee.

There is a marked difference between them.

Tom weet het verschil tussen astronomie en astrologie niet.

Tom doesn't know the difference between astronomy and astrology.


Gerelateerd aan verschil

onderscheid - afwijking - schelen - uiteenlopen - verschillen - divergentie - ontlopenuitkomst - betrekking - zijn