Vertaling van verschillen

Inhoud:

Nederlands
Engels
verschillen {ww.}
to differ 
to disagree 

wij verschillen
jullie verschillen
zij verschillen

we differ
you differ
they differ
» meer vervoegingen van to differ

Uniformen verschillen van school tot school.
Uniforms differ from school to school.
verschillen, uiteenlopen, ontlopen {ww.}
to differ

wij verschillen
jullie verschillen
zij verschillen

we differ
you differ
they differ
» meer vervoegingen van to differ

schelen, uiteenlopen, verschillen {ww.}
to differ 
to disagree 
to be different

wij verschillen
jullie verschillen
zij verschillen

we differ
you differ
they differ
» meer vervoegingen van to differ

onderscheid [v], verschil (mv. verschillen) {zn.}
difference 
Er is een duidelijk verschil tussen deze twee.
There is a marked difference between them.
Ik kan het verschil tussen die twee niet uitleggen.
I can't explain the difference between those two.
afwijking [v], verschil (mv. verschillen) {zn.}
discrepancy 
deviation
verschil [o] (het ~) {zn.}
difference
Tom weet het verschil tussen astronomie en astrologie niet.
Tom doesn't know the difference between astronomy and astrology.
Ken jij het verschil tussen een microscoop en een telescoop?
Do you know the difference between a microscope and a telescope?
divergentie, verschil [o] (het ~) {zn.}
difference
Ik zie geen verschil.
I don't see any difference.
Het maakt al het verschil.
It makes all the difference.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Smaken verschillen.

Tastes are diverse.

Uniformen verschillen van school tot school.

Uniforms differ from school to school.

Je ideeën verschillen van de mijne.

Your ideas are different from mine.

Er zijn enkele verschillen tussen Brits en Amerikaans Engels.

There are some differences between British English and American English.


Gerelateerd aan verschillen

uiteenlopen - ontlopen - schelen - onderscheid - verschil - afwijking - divergentiezijn - uitkomst - betrekking