Vertaling van zwijntje

Inhoud:

Nederlands
Spaans
bof [m], buitenkansje [o], veine [v], geluk, mazzel, tref, zwijn, zwijntje [o], buitenkans, gelukje, meevaller {zn.}
ganga [v] (la ~)
provecho inesperado
fiets [m] (de ~), rijwiel [o] (het ~), tweewieler [m], zwijntje [o], velo, stalen ros {zn.}
bicicleta [v] (la ~)
Ik heb geen fiets.
No tengo una bicicleta.
Ken wil een fiets.
Ken quiere una bicicleta.
tweewieler [m] (de ~), fiets [m] (de ~), rijwiel [o] (het ~), zwijntje [o], velo, stalen ros {zn.}
bicicleta [v] (la ~)
Mijn fiets is gestolen.
Mi bicicleta fue robada.
Is dit jouw fiets?
¿Esta es tu bicicleta?


Gerelateerd aan zwijntje

bof - buitenkansje - veine - geluk - mazzel - tref - zwijn - buitenkans - gelukje - meevaller - fiets - rijwiel - tweewieler - velo - stalen ros