Vertaling van waren

Inhoud:

Nederlands
Frans
dolen, dwalen, ronddolen, ronddwalen, waren, zwerven {ww.}
rôder 
vaguer 
errer 

wij waren
jullie waren
zij waren

nous vaguons
vous vaguez
ils/elles vaguent
» meer vervoegingen van vaguer

wezen, zijn {ww.}
être 

wij waren
jullie waren
zij waren

nous étions
vous étiez
ils/elles étaient
» meer vervoegingen van être

Ik zou graag Picasso zijn.
J'aimerais être Picasso.
Ik wil geen stumper zijn, ik wil cool zijn!!
Je ne veux pas être tendu, je veux être détendu !!
waar (mv. waren), handelswaar, koopwaar {zn.}
marchandise  [v] (la ~)
waar (mv. waren) {vr. vnw.}
 
waar (mv. waren), handelswaar {zn.}
marchandise  [v] (la ~)
produit  [m] (le ~)
denrée  [v] (la ~)
waar (mv. waren) {bw.}
 
echt, eigenlijk, heus, waar (mv. waren), waarachtig {bn.}
vrai 
réel 
véritable 


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Haar wangen waren rood.

Ses joues étaient rouges.

Toen waren we jonger.

À cette époque, nous étions plus jeunes.

Er waren duizenden mensen aanwezig.

Des milliers de gens étaient là.

Toen waren er nog geen radio's.

En ce temps-là, il n'y avait pas de radios.

Veel studenten waren afwezig van school.

Un grand nombre d'élèves étaient absents de l'école.

Omdat al zijn vrienden ook arm waren.

Parce que tous ses amis étaient pauvres également.

Er waren geen rozen in de tuin.

Il n'y avait aucune rose dans le jardin.

Alle mensen die hier waren, zijn weggegaan.

Tous les gens qui étaient là sont partis.

Mijn kleren waren vuil van de olie.

Mes habits étaient souillés d'huile.

Je cijfers waren duidelijk lager dan gemiddeld dit semester.

Tes notes étaient bien en bas de la moyenne ce semestre.

Ze waren te moe om een berg te beklimmen.

Ils étaient trop fatigués pour grimper une montagne.

Zij zijn getrouwd toen ze nog jong waren.

Elles se sont mariées jeunes.

Meer dan 100 mensen waren op het feest.

Plus de 100 personnes étaient présentes à la fête.

Die twee daar op de bank waren Amerikanen.

Les deux hommes assis sur le banc étaient américains.

Er waren veel rotte appels in de mand.

Il y avait plusieurs pommes pourries dans le panier.


Gerelateerd aan waren

dolen - dwalen - ronddolen - ronddwalen - zwerven - wezen - zijn - waar - handelswaar - koopwaar - echt - eigenlijk - heus - waarachtig