Vertaling van Gauw
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
Gauw, Gouwe {eigenn.}
Gauw
Gouwe {eigenn.}
Gouwe {eigenn.}
gauw, gezwind, haastig, snel, spoedig, vlug {bn.}
gauw
gezwind
haastig
snel
spoedig
vlug {bn.}
gezwind
haastig
snel
spoedig
vlug {bn.}
gauw, hard, in allerijl, schielijk, snel, vlug {bw.}
gauw
hard
in allerijl
schielijk
snel
vlug {bw.}
hard
in allerijl
schielijk
snel
vlug {bw.}
alras, dra, gauw, haast, spoedig, weldra, welhaast, binnenkort {bw.}
alras
dra
gauw
haast
spoedig
weldra
welhaast
binnenkort {bw.}
dra
gauw
haast
spoedig
weldra
welhaast
binnenkort {bw.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Schrijf alsjeblieft gauw terug.
Schrijf alsjeblieft gauw terug.
Een belofte is gauw vergeten.
Een belofte is gauw vergeten.
Het zal gauw stoppen te regenen.
Het zal gauw stoppen te regenen.
Ik hoop zijn foto gauw te zien.
Ik hoop zijn foto gauw te zien.
Hoe gauw kunnen ze worden geleverd?
Hoe gauw kunnen ze worden geleverd?
Als je van de trap afvalt, ben je gauw beneden.
Als je van de trap afvalt, ben je gauw beneden.
Ik bleef mezelf voorhouden dat het allemaal gauw voorbij zou zijn.
Ik bleef mezelf voorhouden dat het allemaal gauw voorbij zou zijn.
Zo gauw als ik hem zag, wist ik dat hij boos was.
Zo gauw als ik hem zag, wist ik dat hij boos was.